Erkenning in mijn werk, deel 2

Ik ben huisarts. Op een normale dag zie ik tussen de 20 en 30 patiënten. Patiënten zijn mensen met vragen. Vragen over hun lijf waar ze ongerust over zijn, vragen over hoe ze het snelst van hun klachten afkomen, of hoe ze het beste met een situatie om kunnen gaan. Voor het gemak noem ik die mensen in deze blog ‘patiënten’. Maar ik bedoel mensen zoals u en ik.

Altijd is er dat moment in mijn contact met de medemens waarop er een inschatting wordt gemaakt door de patiënt: hoort ze me wel? Begrijpt ze me wel? Neemt ze me wel serieus?

Het zijn de verwachtingen van zorgverzekeraars dat huisartsen zorg op maat kunnen leveren in een tijdsschema dat meer doet denken aan een hardloopwedstrijd dan aan een oprecht menselijk contact.

Tijdens mijn opleiding werd daar al veel meer aandacht aan besteed dan bij mijn voorgangers. En die aandacht wordt alleen maar meer. Terecht. Want wat is er nu belangrijker dan dat je de patiënt goed begrijpt? (want hoe weet je dat zo zeker?) En dat de patiënt ook weet dat jij dat weet? Uiteraard zijn er technieken voor (de vraag samenvatten) of navragen of dit is wat de patiënt bedoeld. Maar het belangrijkste in het contact is de rust en de medemenselijkheid waardoor de patiënt zich ook echt gehóórd voelt.

Nu is tijd mijn grootste vijand. Decennia geleden heeft iemand bedacht dat een consult gemiddeld 10 minuten mag duren. Daar zijn nog steeds onze agenda’s op ingedeeld. Het huisartsenvak is echter totaal veranderd. De patiënten verlangen een ander contact met de arts. Ze hebben veel meer vragen. Er zijn ook veel meer contacten per jaar en er moet veel meer geregistreerd worden. Deze ontwikkelingen juich ik in principe toe. De onleesbare groene kaart van weleer was een bron van mogelijke fouten. Om over een gedegen overdracht nog maar te zwijgen.

De schoen wringt in die 10 minuten. Stelt u zich eens voor: u vertelt uw verhaal. Daar heeft u vooraf over nagedacht: alle details kunnen belangrijk zijn, want wat voor de hand liggend is, heeft u zelf al opgelost. De arts hoort u aan en u moet uzelf uitkleden. U wordt onderzocht. Na het aankleden moet de arts alle bevindingen nauwgezet registreren en coderen en declareren én in de tussentijd u uitleg geven over de (voorlopige) conclusie, u voorlichting geven en alarmsymptomen uitleggen. U begrijpt dat er weinig rust en ruimte overblijft voor het menselijke aspect, want waarschijnlijk liep ik al 20 minuten uit en dat bevordert ons beider rust ook niet.

Het zijn de verwachtingen van zorgverzekeraars dat huisartsen zorg op maat kunnen leveren in een tijdsschema dat meer doet denken aan een hardloopwedstrijd dan aan een oprecht menselijk contact. En dat terwijl tijd om de klacht en daarmee de mens achter de patiënt  te erkennen veel meer oplevert dan zoveel mogelijk patiënten per huisarts.

Reageer op dit artikel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s